Selecteer een pagina

Een aantal politierechters wezen de laatste tijd op een anomalie in de Wegverkeerswet. Wanneer bestuurders met een voorlopig rijbewijs en/of hun begeleiders zich niet houden aan de voorwaarden die daaraan verbonden zijn, kan de politierechter hen namelijk géén verval van het recht tot sturen opleggen.

Nochtans kan het hier gaan om flagrante inbreuken, zoals het meenemen van passagiers terwijl dat niet is toegestaan, het rijden tussen 22 uur en 6 uur op weekendnachten en nachten vóór feestdagen, of het begeleiden van een kandidaat-bestuurder terwijl men de laatste drie jaar zelf een verval van het recht opgelegd heeft gekregen.

Politierechters kunnen aan een bestuurder met een voorlopig rijbewijs daarentegen wél een verval van het recht tot sturen opleggen voor een aantal gewone verkeersinbreuken van een relatief gewicht, zoals het niet handenvrij bellen achter het stuur.

Om deze reden dienden drie N-VA kamerleden (Wouter Raskin, Frieda Gijbels en Tomas Roggeman) een wetsvoorstel in dat het mogelijk zou maken voor politierechters om bestuurders met een voorlopig rijbewijs en/of hun begeleiders een verval van het recht tot sturen op te leggen indien deze een inbreuk hebben begaan op de voorwaarden waaronder een voorlopig rijbewijs wordt uitgereikt.