Selecteer een pagina

Door Stijn Blanckaert, woordvoerder Freesponsible

Terwijl de Brusselse regering, in de persoon van Elke Van den Brandt (Groen), minister van mobiliteit, openbare werken en verkeersveiligheid er een prioriteit van gemaakt heeft om de automobilist het leven zuur te maken, lijkt dat niet alleen niet in de smaak te vallen bij een zeer groot aantal automobilisten binnen en buiten Brussel, maar vallen die maatregelen ook slecht bij de Brusselse schepen van economie, Fabian Maingain (Défi).

Fabian Maingain (Défi) (foto: Brussel.be)

Maingain liet in een interview met La Libre namelijk weten dat de situatie voor de handelaars en horeca in Brussel momenteel bijzonder moeilijk is, en dat het beperken van de snelheid in de Brusselse vijfhoek tot amper 20 km/h er toe zal leiden dat nog meer mensen dan vroeger de stad zullen mijden. Volgens hem creëeren de maatregelen een psychologische drempel voor de consumenten die weg dreigen te blijven uit de stad. Hij stelt dat “we moeten tonen dat het centrum bereikbaar blijft voor alle transportmodi, met inbegrip van de auto voor wie geen andere oplossing heeft.” Hij stelt verder een positief signaal voor, in de vorm van een kaart die toegang zou bieden tot de Interparking-parkings van de stad, met aanvullend vervoersbiljetten voor de MIVB, om op die manier de multimodaliteit in de praktijk te brengen. De schepen vraagt met aandrang dat de beperking tot 20 km/h in de hele stad teruggedraaid wordt en geharmoniseerd wordt met de 30 km/h-limiet die nu reeds geldt in het hele gewest. Op die manier zou de toegankelijkheid van de stad niet volledig gecomprommiteerd worden.

Op die manier wordt duidelijk dat de door een kleine minderheid van de Brusselse kiezers gewenste wijziging, doorgedrukt door een activistische anti-auto-minister, ook binnen de Brusselse bestuursniveaus op tegenstand stuit. Dat de schepen van economie, die ziet wat dergelijke beslissingen met de economie en toegankelijkheid van de hoofdstad doen, openlijk opkomt tegen de beslissingen van het hogere niveau, is tekenend voor de situatie waarin onze hoofdstad zich bevindt. Een minderheid van stadsbewoners besluit eenzijdig tot het in de praktijk verbannen van het door de meeste burgers meest geschikte vervoermiddel, omdat dat voor hen nu eenmaal kan, doordat ze zelf in de stad wonen en werken, en zorgen er daardoor meteen ook voor dat de economie van diezelfde stad nog dieper in de put geduwd wordt.

Het is een utopie te denken dat door het verbannen van de auto geen schade toegebracht wordt aan het economische weefsel. De mensen van buiten de stad zullen gegarandeerd alternatieven zoeken nu ze niet meer welkom zijn met de auto. Een dergelijke kortzichtige anti-automobilistenpolitiek leidt onvermijdelijk tot een economische kaalslag, meer werkloosheid en leegstand. Straks blijven alleen de radicale anti-autoactivisten nog over in een lege en levenloze stad. Hun doel is dan meteen bereikt, maar of ze daar gelukkiger van zullen worden is nog maar de vraag, wanneer ze in waardeloos geworden huizen in buurten vol leegstand zullen kunnen genieten van een overschot aan ruimte in hun uitgestorven straten. Gelukkig zijn er nog steeds een paar politici, zoals Fabian Maingain, die een beetje gezond verstand en een visie hebben en zich niet onderwerpen aan het heersende anti-auto dogmatisme.