Selecteer een pagina

Knipperlicht

Files nauwelijks korter zonder salariswagens

De partij Groen wil de salariswagens weg. Deze kosten de overheid en de maatschappij veel geld én ze veroorzaken de files.

Wie zijn salariswagen zou verliezen, die kiest in 85% van de gevallen voor een eigen auto. En omdat salariswagens zowat 10% van alle auto’s uitmaken, daalt de verkeersdrukte in dat geval dus gemiddeld met zowat 1%. Files weg? Wij denken van niet.

CO2-taks? Check! 10x check!

Ah, de veelbesproken CO2-taks! Die moet consumenten aanzetten tot zuiniger gedrag en een kleinere impact op het klimaat. De vervuiler betaalt, dat is de logica zelve.

De ‘kostprijs’ of het compenseren van een ton CO2 schommelt vandaag rond de 23 euro. Als automobilist betaal je via de accijnzen op brandstof al gauw 250 euro per ton. En dan rekenen we de BTW nog niet mee.

Een CO2-taks voor autorijden, die is er dus al. Al heel lang, en 10 keer duurder dan de gangbare prijs die CO2 moet kosten.

Salariswagen als symbool voor de fiscale ‘koterij’

Iemand die werkt, die moet betaald worden. In geld. Dat is de logica zelve.

Maar omdat België wereldkampioen loonkost is, kampen onze bedrijven met een reuzegroot concurrentienadeel ten opzichte van buitenlandse bedrijven.

En dus wordt noodgedwongen een deel van het loon vervangen door maaltijdcheques, ecocheques, cadeaucheques, pensioensparen, hospitalisatieverzekeringen, salariswagens en nog tientallen andere grote of kleine fiscale optimalisaties.

Fiscale koterij, heet dat.

De salariswagen is er het symbool van, maar de grond van de problematiek zit elders.

20 miljard inkomsten, waarvan 2,5 miljard terugkeert

Accijnzen, btw op brandstoffen, btw op aankoop, btw op onderhoud, herstellingen en wisselstukken, inschrijvingstaks, jaarlijkse verkeersbelasting, taks op verzekeringspremies,… en ga zo maar door.

Het wegverkeer in België levert Vadertje Staat jaarlijks zowat 20 MILJARD aan inkomsten op.

Wat de automobilist daarvoor terugkrijgt? 2,5 miljard aan investeringen in de verbetering van de wegeninfrastructuur in het algemeen, dus ook infrastructuur voor andere weggebruikers. 2,5 miljard…

Nederland investeert naar verluidt 4 keer meer. Daar is het verkeer dan ook dubbel zo veilig.

Jaarlijks 20 miljard fiscale inkomsten. Wat gebeurt daarmee?

Wie een voertuig gebruikt, betaalt belastingen. Veel belastingen! Accijnzen, btw, inschrijvings- en rijtaks en nog veel meer belastingen en heffingen die jaarlijks oplopen tot liefst 20 miljard inkomsten voor de overheden.

Van die 20 miljard wordt 7,5 miljard terug geïnvesteerd in wegen en in openbaar vervoer.

De andere 12,5 miljard die gaan in de ‘algemene middelen’. Zij komen bijvoorbeeld de sociale zekerheid en het onderwijs ten goede.  

90% van de kilometers, 25% van de middelen

Alle gebruikers van auto’s, motorfietsen en vrachtwagens samen betalen jaarlijks een gigantische 20 miljard aan taksen en belastingen. Die inkomsten komen ten dele terug naar de weggebruiker, bijvoorbeeld voor vernieuwing en herstel van de wegen. Maar hoeveel komt er terug? En naar wie gaat het geld?

Het autoverkeer, dat 90% van de mobiliteit vertegenwoordigt, krijgt 2,5 miljard terug.

Het openbaar vervoer, dat goed is voor 10% van de mobiliteit in ons land, krijgt het dubbel, jaarlijks 5 miljard.

Lijkt u dat ook een scheefgetrokken verhouding?

De rest – 12,5 miljard in totaal – gaat naar de stadskas en komt dus niet de mobiliteit ten goede.

Naar het werk? Met eigen vervoer!

De manier waarop we naar het werk gaan, verandert nauwelijks. Ondanks het inhakken op de auto en de automobilist en ondanks massale investeringen in openbaar vervoer blijft meer dan twee derde kiezen voor de eigen auto. Alleen de fiets maakt tussen 2005 en 2017 een mooie sprong vooruit: die gaat van 12% naar 17%. Het succes van de elektrische fiets speelt daar zeker in mee.

Al de rest (trein, bus, tram, motor, te voet) blijft heel erg klein.

Conclusie: we blijven de voorkeer geven aan vervoermiddelen die ons brengen van waar we zijn naar waar we moeten zijn. Da’s handig en vaak ook veruit het snelst.

In 2023 alle bedrijfsauto’s elektrisch? Kan dat?

Verschillende politieke partijen willen dat auto’s van bedrijven versneld vergroenen en zo gauw mogelijk zero-emission worden. Voor CD&V moet dat zelfs tegen 2023.

Elektrisch rijden is super: stil, soepel, schoon en in gebruik helemaal niet duur. Maar elektrische auto’s zijn nog zeldzaam op onze wegen: van alle nieuw verkochte auto’s is minder dan 1% elektrisch. In 2018 werden er in totaal amper 3700 stuks verkocht. De keuze is nog beperkt en de meeste autoconstructeurs lanceren hun modellenoffensief pas over enkele jaren.

Wat CD&V voorstelt, betekent dat in 2023 ongeveer 250.000 elektrische auto’s voor de Belgische automarkt beschikbaar zouden moeten zijn. En dan rekenen we elektrische auto’s van particulieren nog niet eens mee. Dat gaat gewoon niet lukken. De productiecapaciteit is er simpelweg niet. En België is heus niet het enige land waar de begeerde elektrische auto’s gevraagd zullen worden.   

Sluit u hier aan bij Freesponsible en word sympathisant van onze beweging.