Selecteer een pagina

In de nieuwe uitgave van Le Moniteur Automobile, gepubliceerd op 16 juli, schreef  Xavier Daffe, de hoofdredacteur van het tijdschrift, een edito dat voor 100% overeenkomt met de mening van Freesponsible. Daarom delen we het hier…

Verbrusseling, voor de tweede keer!

Vandaag de dag beleeft deze “verbrusseling” duidelijk een tweede golf…

Het zal jullie misschien verrassen of zelfs choqueren, autovrienden. Maar ja, ik ben er voorstander van om de stad terug te geven aan haar inwoners, aan haar winkels, aan haar bezoekers, aan haar culturele en economische leven, aan haar levenskwaliteit… en als dat betekent dat het aantal auto’s dat de stad binnenrijdt moet worden verminderd, dan is dat maar zo. 

Maar niet op die manier! Niet met dit gevoel voor improvisatie, niet met het amateurisme dat de politieke wereld vandaag tentoonspreidt.

Het is immers niet voldoende om een rijstrook te schrappen om er een fietspad van te maken en tegen jezelf te zeggen dat je ineens de stedelijke mobiliteit of zelfs de kwaliteit van iets gaat verbeteren. 

Het is niet genoeg om een grote stadsboulevard te blokkeren om er een voetgangerszone van te maken die die naam waardig is. 

Het is niet genoeg om een belachelijke snelheid op te leggen die zelfs fietsers niet respecteren om mensen aan te moedigen de auto aan de kant te laten staan zonder geloofwaardige alternatieven. 

Het is niet voldoende om overal parkeerplaatsen te schrappen om zo aangename buurten te zien ontstaan. 

Het mobiliteitsbeleid van een stad wordt op lange termijn bepaald, met een duidelijke en coherente strategie. Maar in dit geval is Brussel stervende, winkels creperen, prestigieuze hotels gaan dicht, theaters zien af, toeristen vluchten weg, inwoners verhuizen, de “voetgangerszone” is bij het vallen van de avond slechts een smerige ruïne… 

Ja, Brussel is stervende, en dat is oneindig triest. Om eerlijk te zijn, ik ben zelf geen Brusselaar. Maar ik vond het leuk om er te gaan wandelen, dineren, te gaan sightseeën. Maar dat was vroeger. Vandaag trekt Brussel me niet meer aan en ontvlucht ik het centrum van de stad, dat leeg, triest en vies is geworden en ontdaan is van alle leven. 

In Frankrijk hebben Rijsel, Bordeaux, Nantes en vele anderen de druk van de auto’s in hun stadscentra weten te beperken. Maar ze hebben daarvoor een echt mobiliteitsbeleid gevoerd, hebben voor aangename woonplekken gezorgd, een openbaar vervoersnetwerk uitgebouwd dat die naam waardig is, ze hebben kleine bedrijven nieuw leven ingeblazen, ze hebben hotels en kwaliteitsrestaurants kansen geboden, ze hebben inwoners en toeristen teruggebracht en ze zijn steden geworden waar het goed wonen is. 

Het is duidelijk dat deze steden niet worden bestuurd door een amalgaam van 18 burgemeesters met verspreide politieke gevoeligheden. In de jaren zestig en zeventig heeft Brussel een beleid van bijna systematische vernietiging van zijn historisch architecturaal erfgoed gevoerd ten gunste van een zogenaamd modern idee. Een verwoestend beleid dat een naam heeft, “verbrusseling”, en altijd als voorbeed van hoe het niet moet wordt getoond in alle architectuuropleidingen. Die “verbrusseling” beleeft vandaag duidelijk een tweede golf. En de auto alleen heeft er niets mee te maken, want zolang we aan pseudo-ecologie doen zonder rekening te houden met de politiek in de etymologische zin van het woord en met een minimum aan economisch perspectief, blijven we steken in dogmatisch denken. Waardoor de facto elk begrip van inspraak uitgesloten is. Maar de burger (de automobilist) mag niet worden gereduceerd tot een laboratoriumrat waar naar hartenlust op geëxperimenteerd wordt.

Xavier Daffe, hoofdredacteur – Le Moniteur Automobile

Foto: Copyright G. Libert